
Ik zat nog op de lagere school, over de basisschool hadden we het nog niet, toen ik voor het eerst de Citroën DS 19 zag. Inmiddels is dat meer dan veertig jaar geleden. Ik meen nog wel zeker te weten dat 'ie zwart was. De eigenaar, een boekhouder met eigen boekhoudkantoor, was ook meestal in het zwart gekleed. En klein van stuk, zo leek de auto nog groter. Of de wagen ook een wit dakje had zoals het miniatuurexemplaar op de foto hierboven, durf ik niet te beweren. Ik was weleens aan het spelen daar in de buurt. Als hij dan aan kwam rijden keek ik mijn ogen uit. Kans om in de auto te kijken kreeg ik niet. Hij ging linea recta de garage in. Het zou nog een jaar of twaalf duren, eer ik het genoegen mocht smaken om in zo'n limousine mee te rijden. Zelf heb ik er nooit in gereden. Die auto waar ik in meereed was niet de oerversie zoals hierboven. Het was er zo een met meedraaiende koplampen, het schakelen ging ofwel automatisch of met tiptoetsen. Je had echt het gevoel dat je boven de weg zweefde.
Het waren heerlijke auto's om in te rijden dus. je moest er alleen geen frontale aanrijding mee krijgen. Die enorme motorkap zou weleens iemand onthoofd hebben. Kan wat bij betreft een broodje aap verhaal zijn, maar je kunt je er toch wel iets bij voorstellen. Misschien verhalen van mensen die er weleens een hadden willen hebben. Zoals die Volkswagenspotjes die nu op tv voorbijkomen. Tja, de 'snoek'. Het was ook een van de weinige auto's die het journaal haalde toen 'ie eenmaal uit productie ging.
Ik had een
stationuitvoering als miniatuurtje, later in mijn lagere schooltijd. Volgens mij van Corgi. De achterklep kon open en was van plastic. Geen succes, want dat ging stuk natuurlijk. Ik vond de wagen als stationcar zo mogelijk nog imposanter. Wel vond ik de achterkant 'een beetje boos kijken'. Ik zag altijd gezichten in auto's en deelde ze in vrolijke en boze gezichten. Een afwijking die ik best wel zal delen met anderen. Of niet natuurlijk. Het is inmiddels wel wat meer naar de achtergrond verdwenen, dat gezichten zien. De Citroën Ami vond ik bijvoorbeeld boos kijken. Mooie vriend, het miniatuurtje daarvan heb ik wel. Dus die komt ook nog weleens aan de beurt.
Het waren heerlijke auto's om in te rijden dus. je moest er alleen geen frontale aanrijding mee krijgen. Die enorme motorkap zou weleens iemand onthoofd hebben. Kan wat bij betreft een broodje aap verhaal zijn, maar je kunt je er toch wel iets bij voorstellen. Misschien verhalen van mensen die er weleens een hadden willen hebben. Zoals die Volkswagenspotjes die nu op tv voorbijkomen. Tja, de 'snoek'. Het was ook een van de weinige auto's die het journaal haalde toen 'ie eenmaal uit productie ging.
Ik had een
stationuitvoering als miniatuurtje, later in mijn lagere schooltijd. Volgens mij van Corgi. De achterklep kon open en was van plastic. Geen succes, want dat ging stuk natuurlijk. Ik vond de wagen als stationcar zo mogelijk nog imposanter. Wel vond ik de achterkant 'een beetje boos kijken'. Ik zag altijd gezichten in auto's en deelde ze in vrolijke en boze gezichten. Een afwijking die ik best wel zal delen met anderen. Of niet natuurlijk. Het is inmiddels wel wat meer naar de achtergrond verdwenen, dat gezichten zien. De Citroën Ami vond ik bijvoorbeeld boos kijken. Mooie vriend, het miniatuurtje daarvan heb ik wel. Dus die komt ook nog weleens aan de beurt.
1 comment:
Ja deze was weer leuk.
Post a Comment