Wednesday, December 26, 2007

Renault R5


Ik had het er in de vorige post al over, een zwak voor Renaults door een van mijn eerste baantjes. Het was in de vroege jaren 70, Renault boekte successen met de 4, 5, 6, 12 en 16 en in iets mindere mate met de 15 en 17. De eerste vijf modellen waren altijd in ruime mate in de showroom aanwezig.
Als er niet veel te doen was in het magazijn, was ik nogal eens aan het poetsen in de showroom. De vijf was een van mijn favorieten. Vooral de gele en knaloranje uitvoering spraken mij aan en gingen als warme broodjes.
De komst van de Volkswagen Golf werd gevreesd door de verkoper, hij vond dat Volkswagen wel erg goed naar Renault had gekeken. Toen na een poosje die Golf uitkwam vond ik de vijf toch echt mooier.
Want speelser. Wat de Golf er uiteraard niet van weerhield een doorslaand succes te worden. En de Golf is er nog, de Vijf werd vervangen door de Clio. Geen groot succes in het begin die Clio. Met de Twingo ging dat beter, daar werd zelfs een flinke club voor opgericht, voor de vijf is ook een club. De droom van elk merk. De Twingo werd de uiteindelijke vervanger van de 4. Eigenlijk moest de vijf dat worden. En al was de vijf een doorslaand succes, ook de vier bleef goed verkopen. Velen zien trouwens ook de Twingo niet als vervanger van de vier maar de Kangoo. Qua ruimte en multifunctionaliteit klopt dat zeker. De Twingo is onlangs vernieuwd , maar dat werd Renault niet in dank afgenomen. Alles wat karakteristiek was aan de Twingo werd vervangen. De vernieuwde Clio doet het beter. Maar we hadden het over de vijf. Het Vijffie zie je nog vaak rijden. Er zijn er dan ook onvoorstelbaar veel van gemaakt, ruim vijf miljoen! In 1984 werd de vijf vervangen door de (grotere, duidelijk te zien op de foto) Super5 waarvan er ruim twee miljoen werden verkocht. In Spanje is zelfs nog een afgeleide van de vijf, de 7, op de markt geweest. Een vijf met kofferbak. Hier was de kracht van de vijf toch echt de achterklep, een zee van ruimte ontstond door met een paar simpele handelingen de banken in te klappen. Het tot in de perfectie ontwikkelde systeem uit de 4 en de 16. De 16, daar moeten we het ook nog maar eens over hebben. Prachtige, grote praktische wagens. Later vervangen door de minder succesvolle 20 en 30, respectabeler verkoopaantallen kwamen pas weer met de Laguna.

Tuesday, December 4, 2007

Volvo 240 GL Polar station


Free Image Hosting at www.Googang.netFree Image Hosting at www.Googang.net
De Volvo 240 is een ware klassieker. Mijn eerste kennismaking ermee was in 1974. Ik werkte toen bij een Renaultgarage in het magazijn. Er was ook een benzinepomp bij de garage, als de pompbediende vrij was deed ik het aftanken erbij. Regelmatig kwam een man met een fonkelnieuw sedanmodel van de 240 tanken. Ik vond die auto met zijn dikke bumpers zeer indrukwekkend. Aan het baantje van toen heb ik een voorliefde voor Renaults overgehouden, maar ook voor de karakteristieke Volvo 240. De andere merken maakten gewoon niet zo'n diepe indruk op mij.
Eigenlijk was de 240 een dikke bumper uitvoering van de 140. Die 140 werd gelanceerd in 1966. In de acht jaar dat deze werd gemaakt veranderde er weinig aan het uiterlijk. Maar we hebben het over de 240, deze was in productie van 1974-1993. Een jaar of tien geleden hadden we er een in ons bezit. Een witte estate, hierboven zie je een miniatuur. Dat reed natuurlijk heerlijk. Maar deze lustte natuurlijk wel een slokje en hij had ook last van roest. Toen hebben we deze bak ingeruild voor het nieuwe model Renault Clio. Daarna hebben we een keur aan auto's gehad. Maar de Volvo bleven we missen. Maar nu rijden we er gelukkig weer een. Een mooie rooie uit 1992. Op LPG, dat scheelt. En verzinkt, dus geen roest. Uiterlijk veranderde er nooit veel aan de 240, net zoals dat bij de 140 serie was. Wel werden deze auto's onderhuids steeds verder geperfectioneerd. We hopen met deze nog heel lang te doen.
En waarom ook niet. We zijn in goed gezelschap, de stichter van Ikea, Ingvar Kamprad, rijdt precies zo'n auto. Maar één jaartje jonger: uit 1993. Het stukje hieronder wil ik jullie dan ook niet onthouden.

Rank on Forbes.com 2005 World’s Billionaires List: 6
Net Worth: $23 billion
Vehicles Owned: 1993 Volvo 240 GL
Source: Financial Times

Founder of the Swedish furniture and home goods company IKEA, Ingvar Kamprad is the proud owner of a 13-year-old Volvo 240 GL. Though he may own a Volvo, Kamprad still takes the bus and even uses his pensioners’ discount card, as he explained in a rare 1999 interview. Despite being a double-digit billionaire, Kamprad also still flies economy class and avoids luxury hotels. In fact, in his self-scribed 1976 Bible, “A Furniture Dealer's Testament,” Kamprad decries that “IKEA people do not drive flashy cars or stay at luxury hotels.” Indeed, Ingvar Kamprad practices what he preaches.

240 GL photo courtesy of Volvo
Published on 3/8/06



Grappig toch? Toen we die witte nog hadden was ik op zoek geweest naar een miniatuurtje. Ik vond er toen eentje van kunststof in een crêmekleur. Op mijn vraag of ze geen betere hadden werd ontkennend geantwoord. Het was van Franse makelij. En chauvinistisch als de Fransen zijn stond erop Volvo 265. Die had geen uiterlijk verschil van betekenis met de Volvo 245. De 5 stond voor vijf deuren. En de vier of de zes voor het aantal cilinders. Saillant detail: de zes-cilinder motor werd in Frankrijk gemaakt. Inmiddels zijn er meer verschillende en kwalitatief betere miniaturen van deze klassieker te vinden. Het zal misschien een afwijking van mij zijn, maar jongere modellen van Volvo, zoals de 850 vind ik na enkele jaren gedateerd aandoen. Meer een oude auto dan een klassieker dus. Smaken verschillen, maar geef mij maar een rechttoe, rechtaan degelijke 240. Hoewel de 262 Bertone natuurlijk ook niet te versmaden is. En ik weet ook nog een leuke oervader te staan: een Volvo 164. Over die twee laatste modellen zal ik bij gelegenheid later eens een keer uitweiden. De Volvo 240 figureert in diverse hoedanigheden in een eindeloze reeks speelfilms. Ik heb al heel wat speelfilms gezien waar de 240 al dan niet als stationcar in voorkwam. Met deze link kun je er aardig wat vinden: http://www.volvo200.org/films.htm de lijst is niet compleet, dat is welhaast onmogelijk. Ik zag wel dat de auto ook figureert in The Vanishing van George Sluizer. In de originele Nederlandse uitvoering Spoorloos was dat ook het geval. De remake heb ik niet gezien maar de auto is in ieder geval hetzelfde gebleven.

Sunday, November 18, 2007

Ford Anglia 105E

Free Image Hosting at www.Googang.netFree Image Hosting at www.Googang.net
De Ford Anglia vond ik altijd al een bijzondere verschijning. Bij ons in het dorp (daar heb je hem weer) reed er ééntje rond. Vaak zag ik hem niet. De eigenaar was er zeer zuinig op. Meestal stond 'ie dus diep weggestopt in de garage. Die 'achterruit verkeerd' intrigeerde me mateloos. Ik fietste me wezenloos om hem zo lang mogelijk te kunnen zien. De eigenaar was altijd onberispelijk gekleed als hij met deze auto op pad ging. Ik wed dat hij zich op zo'n dag een Engelse gentleman waande. Maar dat kan ook aan mijn rijke fantasie liggen.
Van een windtunnel had ik toen nog nooit gehoord, maar daarin was 'ie ontworpen. Daar kwamen later toch wel heel andere modellen uit voort. Maar goed, aan de daklijn is het goed te zien. Trek die lijn aan de achterkant maar eens denkbeeldig door.
In plaats van trots te zijn op het unieke ontwerp, mocht bij Ford Nederland de auto slechts zo worden gefotografeerd dat de achterruit niet te zien was. In Nederland was het geen groot succes, in Engeland des te meer. En dat geeft toch te denken. Maar de eig
enzinnige uitstraling van de auto paste natuurlijk beter bij een 'stiff upperlip'. En excentrieke Engelsen genoeg om van zo'n auto een succes te maken. In de zeven jaren dat de wagen in productie was, rolden er meer dan een miljoen van de lopende band. En dankzij J.K. Rowling's Harry Potter staat de Anglia bij miljoenen mensen op het netvlies gebrand. Ik dacht altijd dat de naam Anglia van 'angle' kwam, door de eigenwijze 'hoek' van de achterruit. Maar voor de 105E stonden de ruiten 'gewoon' bij de Anglia en New Anglia.

Saturday, September 29, 2007

Peugeot 504

Free Image Hosting at www.Googang.netFree Image Hosting at www.Googang.net
Ik was een ventje van 12 toen ik voor het eerst de Peugeot 504 zag. De bankdirecteur kwam ermee aangereden bij de benzinepomp in ons dorp. Ik keek mijn ogen uit. Wat een prachtige auto vond ik dat. Een modern model voor die tijd, gewaagde vloeiende lijnen zeker ten opzichte van de 404. Daar reed er ook een van rond in ons dorp. Ook heel mooi maar dit model deed toch een beetje ouderwets aan.
Allebei mooie klassiekers, de 404 en de 504. De opvolger van de 504, de 505 vond ik een stuk minder geslaagd. Goede auto's, begrijp me goed. Maar lang niet zo'n spannende vormgeving.
Die bankdirecteur was een grote witharige man, wat misschien die auto nog wel extra cachet gaf. Ook de metallic lak maakte indruk. Dat zag je toen nog niet zoveel. Misschien waren het de grote contrasten die maakten dat je zo'n moment niet vergeet. De fietsenmaker tankte in z'n sjofele kloffie de automobiel van de goed geklede gedistingeerde heer af. Ik was niet verbaasd dat deze auto het volgende jaar 'auto van het jaar' werd. Mijn zwager kocht er ook een. Ik mocht er graag in zitten. Als drukbezet zakenman maakte hij de overstap van Mercedes naar Peugeot, gewoon omdat hij vond dat hij daar beter in zat. Hij reed nogal eens lange afstanden.
Jammer dat je er niet meer zoveel van ziet rijden. Er werden er nogal wat van naar Afrika geëxporteerd. Van de 505 helemaal, maar dat vond ik in ieder geval een stuk minder erg.

Sunday, July 15, 2007

Verzamelwoede slaat opnieuw toe

Al meer dan een jaar geleden kocht ik een miniatuurautootje van Minichamps, schaal 1:43. Het werd een Ford Taunus 17M. In de jaren zestig verzamelde ik als kleine jongen Dinky Toys. Ik heb ze nog, maar door het vele spelen zien ze er niet meer uit. Omdat de verzamelaar in mij weer wakker is geworden besloot ik nu om er maar een blog aan te wijden.
De naam Binky Joys is een eerbetoon aan de aloude Dinky Toys en staat voor de lol die ik er als binkie aan beleefde. En met mij vele anderen, denk ik tenminste.

Waarom kocht ik nou die Ford. In de jaren zestig had mijn dan toekomstige zwager een Ford 20M. Eigenlijk de opvolger van de 17M dus. Bijna hetzelfde maar onder andere met gemoderniseerde koplampen. Ik vond het heerlijk om achter het stuur van die auto te zitten. Al stond 'ie stil. Ik herinner me nog hoe de toeter als ronde metalen vorm over het stuur heen zat. Stuurversnelling zat er ook op. Toen ik vele jaren later mijn rijbewijs had mocht ik ooit het genoegen smaken van het rijden met een stuurversnelling. Dat rijdt een stuk relaxter dan een pookje. Maar omdat het minder stoer is heeft de stuurversnelling het uiteindelijk niet gehaald. Laatst kwam ik nog een 17M tegen bij een garage. Daar moet nogal wat aan gebeuren om die weer te laten rijden. Maar toch, wie weet ooit.
Na die Ford gebeurde er een hele poos niets. Tot ik op een braderie een aantal leuke klassiekers in het vizier kreeg. En toen kwam de verzamelaar in mij weer in alle hevigheid boven drijven. Want jongens, jongens, wat is er veel te krijgen. Al die leuke bijna vergeten modellen uit de jaren zestig en zeventig zijn volop verkrijgbaar. Het is een stuk milieubewuster om er maar een miniatuurtje van te kopen. Hoewel ik nu ook met veel plezier rondkar in een 22 jaar oude Renault 4. Ooit ook mijn eerste auto.