Saturday, May 3, 2008

Daf 66 coupe


Jaren geleden alweer waren we op vakantie in de buurt van Eindhoven. Een mooie gelegenheid om een bezoekje te brengen aan het DAF-museum. Daar valt voor de liefhebber heel wat te zien. Ik kocht er een miniatuurtje van de Daf 66 coupé. Toen ik een kleine jongen was had ik een hele verzameling Dafjes. Personenauto's en vrachtauto's. Het Made in Holland vervulde me met trots. Ik was heel fanatiek, in de speelgoedwinkels waren ze niet te vinden. Mijn ouders lieten me een brief schrijven aan de fabriek. En zodoende mocht ik er van tijd tot tijd eentje bestellen.
Als je dan ouder wordt gaan die miniatuurtjes steeds verder naar de achtergrond. Het imago van de Dafjes was wel wat oubollig. Mijn vrienden hadden het over een truttenschudder met jarretel aandrijving. Niet zo gek omdat de Daf vooral populair was onder ouderen. En die reden er nogal voorzichtig mee. Bij het eerste bedrijf waar ik werkte hadden ze een paar Dafjes. Dat waren 33 combi's zoals op bijgaande foto. Die reden echt fantastisch. Je zou het echt niet denken gelet op de reputatie, maar je was onverslaanbaar bij het optrekken. Ik heb altijd een zwak voor de Daf gehouden. Toch jammer dat de enige echte Nederlandse auto teloor ging. En al ben ik ook weg van Volvo, de 'Nederlandse' Volvo's deden me niks.
De Variomatic kreeg niet de doorbraak die het verdiende. Dat kwam pas later met de CVT, het riempje vervangen door een stalen band. Want al had Van Doorne de Dafjes verkocht hij ging zelf door met het ontwikkelen van de CVT (Continu Variabele Transmissie). De aanloop was moeilijk maar het succes is er toch gekomen. Er rijden nu al heel wat automerken rond met een CVT. De vinding is inmiddels in handen van het Bosch concern, maar het blijft toch maar mooi een Nederlandse vinding. En zo leeft het Dafje onderhuids voort in moderne auto's. Wie er meer over wil weten kan zijn hart ophalen op het internet. Veel Dafjes reden er indertijd nog niet rond in ons dorp. De exemplaren die ik me nog herinner waren inderdaad in handen van ouderen. Toch zou ik nog weleens een echt Daffie willen hebben.

Sunday, April 20, 2008

Simca 1100


Mijn tweede auto was een Simca 1100. Uiteraard weer een tweede(derde?, vierde?)handsje. De Renault 4 was door een achteruitrijdende vrachtauto tot een hoop schroot gereduceerd.
Een toenmalige collega wist nog wel een 2dehands Simca 1100 te koop. Een kennis had een Porsche gekocht en de Simca was overbodig. Voor duizend piek was 'ie van mij.
Reed heerlijk, zoals het een Franse auto betaamt. Helaas hebben we niet al te lang plezier van de 1100 gehad. Op een gegeven moment startte 'ie niet meer en een reparatie kon Bruin niet trekken.
Ach, het was een tijd dat je nog makkelijk zonder auto kon. Hij bleef maar gewoon staan op de oprit en op een dag stond er een autosloperij aan de deur. Die was gebeld dat die auto weg moest. Maar niet door mij. Een dorpsgenoot had zich er blijkbaar aan geërgerd, dat die auto maar bleef staan en staan. Sommige mensen menen zich overal mee te moeten bemoeien. De autosloper wilde eerst niet vertellen wie had gebeld. Toen ik hem beloofde dat, als de auto ooit wegging ik hem zou bellen, ging hij overstag.
Ik ben naar de betrokken boerenpummel geweest om verhaal te halen. Maar een lompe boer blijft wat 'ie is. Een lompe boer. Waarmee ik niks ten nadele van gewone boeren wil zeggen. Om hem te pesten bleef de auto nog een jaar staan. Inmiddels had ik de beschikking over een bedrijfspersonenbusje. Dus kwam er even geen auto. Symbolisch vond ik wel dat Simca als geheel ten onder ging. Ik geen Simca, niemand een Simca. Het werd nog even Talbot, maar ook dat was gedoemd om te mislukken. Aansprekende modellen kwamen er gewoon niet meer van de band gerold. Het meest succesvol is volgens mij de Simca 1000 geweest.
Die leuke vrolijke reclamespotjes staan me nog helder voor de geest. Je zag vier volwassen mensen tegelijkertijd instappen in deze compacte vierdeursauto. Het was een hele goede spot want ze verkochten als warme broodjes. De 1100 was veel luxueuzer, dat wel. En de auto had voor die tijd een apart 'kontje'. Je kon kiezen uit een variant waarbij alleen het kofferdeksel openkon, of de versie met de vijfde deur. Die laatste hadden wij. Ik weet niet eens meer of die achterbank nou wel of niet weggeklapt kon worden. Maar wel dat, toen hij nog reed, hij lekker reed. En kijk eens naar die echte Franse uitstraling. Spijt heb ik er dan ook niet van en ik ben blij met dit 'tastbare' miniatuurtje.

Sunday, April 13, 2008

Citroën DS 19


Ik zat nog op de lagere school, over de basisschool hadden we het nog niet, toen ik voor het eerst de Citroën DS 19 zag. Inmiddels is dat meer dan veertig jaar geleden. Ik meen nog wel zeker te weten dat 'ie zwart was. De eigenaar, een boekhouder met eigen boekhoudkantoor, was ook meestal in het zwart gekleed. En klein van stuk, zo leek de auto nog groter. Of de wagen ook een wit dakje had zoals het miniatuurexemplaar op de foto hierboven, durf ik niet te beweren. Ik was weleens aan het spelen daar in de buurt. Als hij dan aan kwam rijden keek ik mijn ogen uit. Kans om in de auto te kijken kreeg ik niet. Hij ging linea recta de garage in. Het zou nog een jaar of twaalf duren, eer ik het genoegen mocht smaken om in zo'n limousine mee te rijden. Zelf heb ik er nooit in gereden. Die auto waar ik in meereed was niet de oerversie zoals hierboven. Het was er zo een met meedraaiende koplampen, het schakelen ging ofwel automatisch of met tiptoetsen. Je had echt het gevoel dat je boven de weg zweefde.
Het waren heerlijke auto's om in te rijden dus. je moest er alleen geen frontale aanrijding mee krijgen. Die enorme motorkap zou weleens iemand onthoofd hebben. Kan wat bij betreft een broodje aap verhaal zijn, maar je kunt je er toch wel iets bij voorstellen. Misschien verhalen van mensen die er weleens een hadden willen hebben. Zoals die Volkswagenspotjes die nu op tv voorbijkomen. Tja, de 'snoek'. Het was ook een van de weinige auto's die het journaal haalde toen 'ie eenmaal uit productie ging.
Ik had een
stationuitvoering als miniatuurtje, later in mijn lagere schooltijd. Volgens mij van Corgi. De achterklep kon open en was van plastic. Geen succes, want dat ging stuk natuurlijk. Ik vond de wagen als stationcar zo mogelijk nog imposanter. Wel vond ik de achterkant 'een beetje boos kijken'. Ik zag altijd gezichten in auto's en deelde ze in vrolijke en boze gezichten. Een afwijking die ik best wel zal delen met anderen. Of niet natuurlijk. Het is inmiddels wel wat meer naar de achtergrond verdwenen, dat gezichten zien. De Citroën Ami vond ik bijvoorbeeld boos kijken. Mooie vriend, het miniatuurtje daarvan heb ik wel. Dus die komt ook nog weleens aan de beurt.